(DOOR FRITS SUER)

We zaten op een zaterdagavond – het was de 15e september – op een terras aan het Gardameer te genieten van een glas witte wijn bij een de ondergaande zon. De eerste gang van ons diner kwam er bijna aan. Ik hoorde wel een belletje en voelde de trilling van mijn telefoon, maar dacht: eerst eten en dan kijken we wel.  Want wie gaat er op zaterdagavond nou bellen?

Er kwamen meer seintjes binnen en na het voorgerecht zei ik tegen mijn gezelschap: toch even  kijken wie zich zo druk maakt op de app.  Ik keek: 19.18 uur Ewa Petiet:  “De Urbanus staat in de fik”. 19.19 uur: weer Ewa: “De toren staat er nog, maar de rest is weggebrand”. Ewa heeft vanuit haar achtertuin een mooi zicht op deze kerk.

Geschokt

Wij waren allemaal geschokt. Er viel een stilte aan onze tafel aan het Gardameer. We keken elkaar aan, want alle drie wisten we wat dit betekende. Amstelveen heeft zijn enige echte karakteristiek verloren. Want de Urbanus van Bovenkerk heeft een bijzondere betekenis. Ook voor mij.

Toen ik in 1964 bij het  Amstelveens Weekblad begon als sportverslaggever maakte ik razendsnel kennis met de betekenis van de Urbanus. Ik plaatste bij een wedstrijdverslag van Roda een actiefoto. Nees Wilhelmus was samen met zijn vader Jack directeur/eigenaar van het blad. Directies worden geacht zich niet met de redactionele inhoud van de krant te bemoeien. Dat probeerde Nees wel, maar vaak lukte dat niet.

Frits Suèr

Nees

De regelmatige bemoeienis van Nees met de redactie was soms vervelend, maar meestal had hij gelijk. Nees kon niet  goed schrijven, maar had wel een goed gevoel voor het nieuws, dat de Amstelvener wil lezen. “Het nieuws ligt op straat”, zei hij altijd en daarom drong hij er bij ons op aan Amstelveen per fiets te doorkruisen. “Dan zie je meer en je komt de bewoners tegen”. Hij zei er niet bij, dat hij dan geen kilometer vergoeding hoefde te betalen, want ik heb altijd het gevoel gehad dat hij dit een nog belangrijker argument vond. Wilhelmus was immers zuinig met geld.

Achtergrond

Nees bekeek de foto in de krant en zei tegen me: “Fout, als je een foto van Roda plaatst moet je altijd op de achtergrond de Urbanuskerk kunnen zien. Dan legt de lezer meteen de relatie met Bovenkerk en Amstelveen. Onthou dat, altijd een herkenbaar markant punt op de achtergrond”.

Een foto van de avondvierdaagse moest altijd worden genomen in Bovenkerk met de toren op de achtergrond; een winnende postduif van Payralbe, idem dito. Natuurlijk dolden we de familie Wilhelmus wel eens daarmee en excuseerden ons als we bij een foto van een aanrijding in de buurt van de Kalfjeslaan er niet in geslaagd waren een foto te maken met de Urbanustoren op de achtergrond. En als bij een voorstelling in het openluchttheater bij de Kruiskerk fotograaf Ben Steffen wel de Kruiskerk op de achtergrond had gekregen, maar niet de Urbanus, kon vooral redactiechef Albert ten Bokum er plagend over doorzagen. Nees liep dan maar snel de redactie af.

Journalisten

Overigens moet Nees worden nagegeven dat hij ook een neus had voor het aantrekken van talentvolle journalisten, want ze konden na een paar leerjaren bij het Amstelveens Weekblad allemaal terecht bij de grote landelijke media. Het Weekblad werd in die jaren dan ook gezien als het beste lokale weekblad van ons land.

Maar door  Nees Wilhelmus ging de Urbanustoren me steeds meer boeien, vooral die opengewerkte torenspits en ik kon bij de rondjes om de Poel mijn ogen er niet van afhouden. De functie van het gebouw veranderde.  Het werd niet alleen een plaats voor de R.K.  erediensten, maar ook voor muziek-  en andere enigszins gewijde bijeenkomsten. Ik ging bijv.  graag naar de zanguitvoering in december van een Russisch gezelschap, dat  na een tournee de stop-over  op Schiphol voor de terugreis naar Moskou graag benutte om  met een voorstelling nog wat bij te verdienen. Een uitverkochte zaal genoot van hun zang sterk verfraaid door  de goede akoestiek.  Mede daardoor werd de Urbanuskerk meer dan alleen een kerk en veroverde het een plaats  in de harten van meer dan alleen de katholieke Bovenkerkers.

Opengewerkt

Door mijn toegenomen interesse  leerde ik dat architect Pierre Cuypers al zijn kerktorens voorzag van  ornamenten en tierelantijntjes. Maar de opengewerkte torenspits van Bovenkerk was  heel bijzonder. Net een klein altaartje hoog in de lucht. De zeer katholieke Cuypers was de officiële kerkenbouwer van het bisdom Haarlem. Meer dan 100 kerken heeft hij gebouwd, allemaal zeer herkenbaar. De werken van Cuypers  verleidden me zelfs tot een bezoek aan het Cuypersmuseum in Roermond. Zeer de moeite waard.

Ik ben dan ook blij met de brede steun voor herbouw van de Urbanuskerk in Bovenkerk. Het is echt een meesterwerk van een van onze bekendste architecten uit de Nederlandse geschiedenis. Daarom moet de Urbanus in zijn oude luister worden hersteld; als eerbetoon aan Pierre Cuypers, aan zijn meesterwerk en aan Amstelveens belangrijkste stukje cultureel erfgoed. Amstelveen zonder Urbanus is als Amstelveen zonder gezicht.

(Deze column verschijnt ook op de site van BBA, waarvan Frits Suèr secretaris is).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4 REACTIES

  1. Symbool van gebrekkige controle en van het gedogen en toedekken van misstanden. Laat de toren staan en behoud de muren als ruïne, een memento, net als de Nicolaikerk in Bautzen in Duitsland.

  2. Een discussie gaat over feiten, argumenten, meningen en standpunten, niet over poppetjes, Kees.

    De RK kerk heeft ruimschoots haar kans gehad en verbruid. Dat geldt ook voor de voor veel geld verbouwde Urbanuskerk die kennelijk niet voldeed aan effectieve voorzieningen om brand te voorkomen en te bestrijden.

    Iedereen mag hierover in een publieke discussie op dit openbare forum zijn mening geven. Niet iedereen hoeft het daarmee eens te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here