De VVD in de gemeenteraad pleit voor een evenwichtiger mobiliteitsbeleid, waarin de auto dezelfde volwaardige plaats krijgt als de fiets en openbaar vervoer. De auto moet volgens de fractie meer gefaciliteerd worden.. Volgens de partij is het van belang dat plannen aansluiten op de realiteit, dat veel inwoners voor werk, zorg, sport en gezin afhankelijk zijn van hun auto.
Volgens VVD‑raadslid Menno van Leeuwen (foto) is het uitgangspunt van zijn partij dat mobiliteit in de kern een kwestie van keuzevrijheid is.
Keuze
De gemeente moet volgens hem alle vormen van vervoer ondersteunen, dus ook de auto. “Veel Amstelveners kunnen simpelweg niet zonder,” zegt hij. “Zo is de kans op het vinden van een goede baan met een auto veel groter dan als je aangewezen bent op OV.” Daarmee verwijst hij naar het verkiezingsprogramma, waarin staat dat inwoners zich vrij moeten kunnen verplaatsen per fiets, auto, scooter of openbaar vervoer.
Essentieel
De VVD vindt dat realistische parkeernormen en voldoende parkeercapaciteit essentieel zijn om wijken leefbaar te houden. “Nieuwe bouwprojecten met te weinig parkeerplaatsen leiden volgens de partij tot extra druk in omliggende straten. “Dat kan worden voorkomen door vroegtijdig heldere en realistische normen vast te leggen,” zegt Van Leeuwen.
De partij vraagt ook de aandacht voor een infrastructuur die meegroeit met woningbouw en economische ontwikkelingen. De VVD ziet de auto niet als tegenhanger van andere vervoersmiddelen, maar als onderdeel van een bredere mix. Een bereikbare stad vraagt volgens de partij om goede OV‑verbindingen, veilige fietsroutes én voldoende ruimte voor automobilisten.















































