Vrijdagavond (14 augustus), een dag voor de nationale herdenking, werden bij het Indiëmonument in het Broersepark de gevallenen en slachtoffers in de strijd om het toenmalig Nederlands-Indië herdacht. Oorlog is niet abstract, zei burgemeester Tjapko Poppens, die daar een krans legde. “De werkelijke gevolgen van oorlog worden zichtbaar in de persoonlijke levens van mensen. En vaak nog in de levens van hun kinderen en kleinkinderen. Wie dat ziet, begrijpt dat oorlog niet eindigt op de dag dat de wapens zwijgen.” De Amstelvener Bert Simon, een trouwe bezoeker was van de herdenkingen in het Broersepark, werd als overleden Indonesische verzetsheld werd nu door zijn dochter Grace Simon herdacht. Simon werd als Indonesiër naar een nieuw vaderland gebracht dat hij totaal niet kende.
Daar kwam hij al snel achter. Nederlanders stonden allerminst op Indonesiërs, onder wie veel door de regering belazerde Molukkers, te wachten.
Indonesiër
Wegens zijn verzet tegen Japan en later tegen Indonesië, dat de koloniale banden met Nederland af wilde schudden, werd hij in Nederland niet met open armen ontvangen. Bert Simon had zich, hoewel hij uit Batavia kwam, als bestuurder bij een Molukse organisatie verdienstelijk gemaakt met het gevolg dat hij zijn moederland moest verlaten. In Amstelveen bleef de oud KNIL-militair Indonesiër, hoewel hij van harte achter de Oranjes en de koningin stond. Tot verbazing van Grace, zei ze. Want hoewel hij zich verzette tegen de Indonesische overheid, en tijdens de Nederlandse politionele acties als KNIL-militair meevocht, kwam hij tot de conclusie: “Ik zal nooit meer het Wilhelmus zingen, alleen Indonesia Raya, ik zal nooit Nederlander willen worden, ik heb er een dikke vette streep onder gezet”. Ook hij voelde zich net als de Molukkers door Nederland verraden. Dat had volgens Grace met het volgende te maken: “Toen kwam de demobilisatie in juni 1949. Iedereen moest de KNIL verlaten, zijn vrienden: Nederlanders en Indo’s mochten overgaan naar de landmacht. Hij als inlandse soldaat werd niet toegelaten.”
Het leed blijft
De burgemeester had het al gezegd. Japanse oorlog mag dan afgelopen zijn, niet ‘nog niet het einde van angst, onzekerheid en geweld.’ Dat dragen kinderen en kleinkinderen nog steeds met zich mee. Vandaar dat zowel in de lokale als de nationale herdenking de komende generaties veel aandacht kregen. “Weerzinwekkend”, had voorzitter Clemens Bouwens van de organiserende stichting alle oorlogen al genoemd in zijn openingsrede. En: “Wij geven u vanavond een flesje water in verband met de hitte, omdat wij hydrateren belangrijk vinden, iets waar men toen zo naar kon snakken. Het is niet voor te stellen welke ellende zich toen heeft afgespeeld en in welke weelde wij hier nu leven. Vanavond gedenken wij hier ook de duizenden militairen die door de Nederlandse Regering naar Indië waren gezonden en zij die voor de Nederlandse zaak en voor het welzijn van de Nederlands-Indische Gemeenschap hun leven hebben gegeven.”












































