Tijdens de Pridemaand heeft burgerraadslid Wende Hulsteijn (foto) van D66 zich boos gemaakt over ‘discriminatie’ van de transgenders, waartoe zij behoort, schrijft zij in haar zogeheten ‘zomercolumn’ op de website van de afdeling van de afdeling van haar partij. ‘Woedend’ is zij vooral over een artikel in de Telegraaf over ouders die, zonder dat kind in kwestie werd gehoord, zich zorgen maken over de ‘slechte’ behandeling tijdens de ‘transitie’ van hun nu 23-jarige dochter, die overigens het contact met haar ouders verbroken. Hulsteijn vindt dat mensen (ook als ze minderjarig zijn) zelf wel weten of zij als man, vrouw of een andere ‘gender’ verder door het leven willen en de bezorgdheid van ouders geen rol mag spelen.
De belangrijke zorg voor transgender kinderen moet niet in twijfel worden getrokken, vindt zij. “En ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk de zorg voor transgenderpersonen is.”
Ruimte
Behalve de Telegraaf noemt zij NRC, waarin Hertzberger schreef tegen de transgenderzorg voor jongeren. Na tientallen gesprekken en onderzoeken, nog altijd gebaseerd is ophet gevoel van een kwetsbare tiener, vindt zij kennelijk de beslissing aan de tiener. De zorg voor deze jongeren onverantwoord zou zijn, vindt zij het voeden van een narratief. En de stukken verschenen rondom de presentatie van een rapport met de ondertitel ‘Transgenderzorg voor jongeren zorgvuldig ingericht’. Volgens de D66’er gebeurde iets veelzeggends: de duidelijkst positieve stemmen kwamen niet van de journalistieke redacties, maar van belangenorganisaties zoals Transgender Netwerk en Transvisie. “Geen vervolgstuk bij NRC. Geen vervolgstuk bij de Telegraaf. De twijfel kreeg alle ruimte. De geruststelling kreeg niets.” Haar gevoelens zijn primair.
Achtergrond
“Ik ben zelf een vrouw met een transgenderachtergrond”, meldt ze. “Ik weet dus niet alleen uit een rapport, maar uit ervaring, wat vroege zorg had kunnen betekenen. Had ik puberteitsremmers gekregen, dan had ik nu geen stem gehad waar ik me voor schaam als ik tegen een onbekende moet praten. Dat klinkt klein. Dat is het niet. Het is elke dag opnieuw een moment van aarzeling, van niet het gesprek aangaan, jezelf afvragen of iemand aan je stem hoort dat je transgender bent, terwijl je niet wilt dat dat het eerste is wat zij over je denken. Vroege zorg had dat weggenomen.” Zij vraagt steun voor ‘die kleine 1.900 kinderen’ waarover het gaat.














































Ik respecteer volledig haar mening en gevoelens. Maar de andere kant van het verhaal komt ook steeds vaker voor; transitie-spijt.
Kijk/luister naar een gesprek met Armand Girbes en Roelien den Ouden bij DNW.
https://www.youtube.com/watch?v=sHtx16w7ODA